Verhalen van Scheherazade:

 

Vakantie zonder geld

 

Loutje zette het laatste cijfertje op papier. Dan draaide ze zich om naar haar man. "Het gaat niet," zei ze en een zorgelijk rimpeltje trok boven haar grappige neusje.

Bert knikte en deed een heftige haal aan zijn pijp. "Dat had ik ook al gedacht," zei hij. "De reis alleen al vijftien gulden heen en terug en het pension dertien gulden per dag voor ons beiden. En dan alles wat je nog uitgeeft als je met vakantie bent. Honderdvijftig gulden kost je die week dan toch zeker."

Ze zwegen beiden. Het was wel sneu. Vorig jaar hadden ze geen vakantie kunnen nemen omdat Tommy de mazelen beliefde te krijgen in die week en de zomer daarvoor was kleine Bertje geboren. Nu was alles al geregeld. De twee jochies zouden naar oma gaan. De grootouderlijke tuin was daartoe al verrijkt met een zandbak. En opa had zijn hoofd al vol snode plannen om zijn enige kleinzonen eens lekker tot in de grond te verwennen. En nu kwam dat akelige geld weer alles bederven. Hoe gaat dat als je een jong gezinnetje hebt en een klein inkomen? Dan is het leven van alledag erg duur en van sparen komt weinig.

Er was een vakantiepotje, waarin Loutje trouw alles had gestopt wat ze maar met mogelijkheid op haar huishoudgeld had kunnen besparen. Daar stortte Bert zijn overwerkguldentjes in.

Maar als nu ineens je stofzuiger het helemaal opgeeft, zodat er een rekening van ƒ40 opkomt? En Bert die plots met zijn tanden ging sukkelen en ƒ50 te betalen had voor zijn behandeling? En Loutje die haar enkel verzwikte vorige maand en drie weken hulp had moeten hebben? En dan dat aardige belastingbiljetje, dat de rest opslorpte? Weg potje. Het pension in Dommelsga, waarop ze zich zo hadden verheugd, omdat ze er geweest waren na hun trouwen, vijf jaar geleden, dat pension zou hen dus deze zomer niet zien!

"Het geeft natuurlijk niets of we erom gaan zitten jammeren," zei Loutje en snoof heftig. "Ik weet niet wat jij doet, maar ik zal er geen traan om laten."

Met haar tong likte ze handig een grote, zoute druppel weg.

"Natuurlijk niet," zei Bert. "Hoor maar, ik lach al." En hij lachte hol: "Ha, ha, ha. Bovendien, waar hebben we eigenlijk een pension voor nodig? Vakantie hebben is je leven anders leven dan de andere 51 weken van het jaar."

"Laat ons dan anders gaan leven," vond Loutje goedkeurend. "Niet een beetje, maar helemaal. Zonder extra geld?"

"Met toch een hoop plezier," dikte Bert aan.

"We doen het," zeiden ze beiden.

Toen stonden ze op om naar bed te gaan. Eerst de kinderen nog even toedekken.

"Wat een engelen," fluisterde de vader.

"En dan te bedenken dat ik Tommy twee uur geleden uit de modder heb gehaald en er hem een pak voor op zijn broek heb gegeven," mijmerde Loutje.

"Ja, en dat Bertje vlak voor het slapen gaan zijn bord pap op mijn broek schoof."

Ze keken naar de twee cherubijnenkopjes. "Ze zien eruit alsof ze altijd alleen maar schoon en lief kunnen zijn," zei ze dromerig.

"Wat een aperte leugen is," zei Bert beslist.

Toen gingen ze maar slapen. Ten minste dat was de bedoeling. In werkelijkheid lagen ze nog twee uur te praten, maar dat was Loutjes schuld. Die was hun hele ´andere´ vakantie aan het uitstippelen. Bert zei altijd dat hij niet begreep waarom getrouwde mensen die de hele avond tegenover elkaar gezeten hadden, nog zulke enorme bedgesprekken moesten hebben. Maar Loutje kwam dan altijd pas goed op dreef en babbelde tot er van zijn kant niets meer kwam dan een diepe ademhaling.

"We gaan alle dagen uitslapen," zei ze.

"En we eten alle dagen macaroni en hachee."

Loutje lachte. Het waren hun beider lievelingsgerechten, die ze het liefst sterk gekruid aten. Omdat de peuters die dus niet hebben mochten, aten ze ze maar zelden.

"Met een massa oude kaas, die macaroni," zei ze. "En we gaan alleen eten als we er zin in hebben en niet als het tijd is." Want dat leek haar nu weer het summum, omdat het ritme van precies-op-tijd-eten-voor-de-kinderen haar nog in het bloed zat.

"En je mag de hele week geen stof afnemen." Bert natuurlijk.

"Nee," zei Loutje zoet en bedacht onderwijl dat ze het wel zou doen als hij sigaretten was gaan halen, heel gauw.

"En we gaan ook weleens in de stad eten."

"En een hele dag naar het Gemeentemuseum."

"Zijn er ook moderne schilderijen?" vroeg Loutje voorzichtig. "Dan vind ik het wel leuk om te raden wat ze voorstellen."

"Hopen," beloofde Bert gul, die zich alleen maar voor oude meesters interesseerde.

"En we gaan naar de boekenmarkt."

"En naar een veiling. Dat is zo opwindend, al koop je ook niets."

"En ik ben nog nooit in de Gevangenpoort geweest."

"Natuurlijk niet, daar woon je ook in Den Haag voor. Naar die dingen ga je alleen kijken als je van ver komt."

"Dan gaan we de hele week doen of we niet hier wonen, hè?" Loutje zuchtte van de voorpret.

"Zullen we het tegen moeder zeggen, als ze volgende week de kinderen komt halen? Ik durf het haast niet te doen. Dan gaan ze misschien weer zitten tobben dat we aan de rand van de hongersnood zweven of zoiets. Dan slaapt ze drie nachten niet, omdat ze maar steeds jou en mij met een bakje met veters langs de deur ziet lopen als we oud en versleten zijn en zij er niet meer is om uit de verte een oogje op ons te houden."

"Niets zeggen dan maar," raadde Bert.

"Ja, maar als er nu eens iets met de kleintjes is? Dan schrijft ze naar Dommelsga en wij weten van niets. Dat gaat niet."

Ze zweeg een hele tijd en peinsde diep. "We kunnen zeggen dat het om fiscale redenen is," zei ze dan opgelucht. "Dat klinkt zo goed, vind je niet, Bert? Daar tobt iedereen mee tegenwoordig, dus dat is niets gek."

Maar uit het andere bed klonk alleen een tevreden gezucht en Loutje draaide zich verontwaardigd om. Hoe kan je nou praten met een man die direct slaapt...!

De volgende week kwam oma en nam de kleintjes met zich mee. En het was zo roezemoezig eer ze met Tom van vier en Bertje van twee in hun witte pakjes en met hun koffer met stapels bloesjes weer in de trein zat, dat ze Loutjes mededeling dat ze thuis vakantie zouden ´vieren´ zeer gelaten opnam.

"Om fiscale redenen," riep Loutje nog toen de trein al reed. Want die zin vond ze veel te prachtig om hem nu niet te gebruiken. Ze zwaaide nog eens en nog eens en ging met een opgewonden gevoel van vrijheid naar huis.

De eerste morgen sliepen ze uit tot negen uur. Toen ging eerst Bert een kopje thee met een beschuitje halen voor Loutje en toen ging Loutje er een halen voor Bert met twee beschuitjes. En zo hadden ze een zalig rommelig ontbijt. Heel vlug en onvolledig maakten ze hun bedden op en legden er netjes de sprei overheen. Ze kleedden zich, namen de Blauwe Tram en gingen koffie drinken op de boulevard.

"Gaat dat wel?" informeerde Loutje.

"We moeten toch hard koffiedrinken als we die dertien gulden pensiongeld op willen maken," vond Bert onlogisch en Loutje zweeg dus.

Zo zaten ze op de boulevard onder een grote, gestreepte parasol en dronken koffie. Ze bleven lekker zitten tot één uur, expres omdat Loutje anders om die tijd in de keuken stond. Ze gingen naar huis, kochten onderweg een pond macaroni, ham en een stuk oude kaas en aten tot ze niet meer konden. Daarna gingen ze zo maar een dutje doen, omdat ze zo´n vreselijk drukke dag hadden gehad. Om vier uur gingen ze wandelen tot ver voorbij Wassenaar en aten hun boterhammetjes, zittend boven op een duintop, terwijl ze de zon bloedrood in zee zagen zinken. Ze namen een gezellig boek mee naar bed, omdat ze dat zo feestelijk vonden en ze zetten de theemuts en een schaaltje met sprits op het nachtkastje. Toen de sprits op was, deden ze het licht uit en zeiden tevreden: "Hebben wij even een heerlijke dag gehad?"

De tweede dag gingen ze naar het museum. Bert genoot van de oude meesters en legde aan Loutje uit waarom hij ze mooi vond. Net zo lang tot ze zei dat ze nu ook begreep waarom het mooi was. En haar man zei welwillend dat ze er tot nu toe alleen maar geen tijd voor had gehad, maar dat ze bést gevoel voor kunst had. Ze bleven er uren en toen gingen ze naar de Modernen. En zij raadde naar de namen en hij keek dan in de catalogus. Ze hadden een pracht van een morgen. Pas toen Loutje de naam van een stilleven op Twee spiegeleieren, geflankeerd door een bos uien geschat had, wat echter het Portret van een moeder en een dochter bleek te heten, ontdekten ze dat ze van honger rammelden. Dus stapten ze naar een cafetaria en aten allemaal andere dingen dan thuis. Een garnalenslaatje en een mokkapunt. Een schoteltje kroepoek en een flensje met jam. En omdat ze beiden jong waren en in het bezit van een ijzeren maag, deed het hun alleen maar plezier en verder niets. ´s Middags namen ze de tram naar het Zuiderpark, waar ze anders nooit kwamen, en bekeken het van voor naar achteren.

Eindelijk gingen ze zwemmen in het bad en probeerden wie het langst onder water kon blijven en toch nog levend boven komen. Loutje won. Ze zonden op een grasveld en verheugden zich omdat ze alle moeders hoorden mopperen op hun spelende kleintjes, terwijl ze zelf lekker niets hoefden te verbieden.

"Sjonge," zeiden ze, "wat zijn díe kinderen ondeugend!"

Bert stelde zich aan en zat met zijn arm om Loutjes schouder geslagen. Een dikke moeder van zes jongens lachte vertederd  en zei: "Och, kinderen, neem het er nog maar van! Zo gauw je getrouwd bent, zit je in de zorgen."

Loutje keek koket en zéér ongetrouwd en Bert was gevleid omdat ze dan vast niet gezien had dat hij al een beetje door zijn haar heen raakte.

Toen de avond kwam, poederde Loutje zich zorgvuldig en tipte zelfs een beetje parfum achter haar oor. Ze stond met genoegen naar zichzelf te kijken zoals ze daar stond in de spiegel en vroeg zich af waarom ze dat niet iedere avond deed. Terwijl ze in een frisse jurk schoot, bedacht ze dat ze anders ´s avonds net een klein beetje te moe was om er nog plezier in te hebben. Ze porde Bert op tot een schoon overhemd en ze gingen samen knusjes naar de Ten Berges.

Die oude vrienden gilden van plezier toen ze zo onverwacht voor hen stonden. Dat was in geen jaar gebeurd, want wegens gebrek aan een oppas voor Tom en Bertje konden er alleen bezoeken ontvangen en niet gebracht worden. Ze maakten er een fuif van en sloegen aan het bridgen tot over enen, ´omdat er toch geen kinderen thuis waren´. En om half twee stonden ze in een prachtstemming, omdat ze drie keer klein slem hadden gehaald, aan het viaducttentje, dat de hele nacht open was, en aten patat.

De volgende morgen zaten ze al vroeg op de fiets. Loutje vond dat het veel makkelijker was vlug op te staan om te gaan vissen dan om een was uit het sop te halen en of Bert daar nu de oorzaak van wist. Bert raakte op zijn stokpaardje en praatte over de psychologische achtergronden en onderbewustzijn, totdat hij de Vliet zag en alleen nog maar oog had voor het beste plekje. Ze huurden een roeiboot en Bert viste verbeten, totdat hij er genoeg van kreeg. Loutje keek of naar hem, of naar de vissen die hij niet ving, of in haar boek, of met een schuin oog naar de grote zak pinda´s, waar ze al voor de helft doorheen was.

In de namiddag gooide Bert zijn hengel neer, ze strooiden drie stekelbaarsjes in het water en fietsten tevreden naar huis.

De vierde dag stortregende het. Ze dronken laat koffie en Bert holde in de regen naar de melkboer voor een flesje slagroom. Loutje nam in vliegende haast stof af. Toen hij terugkwam, klopte ze de room en hield onderwijl een redevoering tegen hem over de dwaasheid van slagroom te kopen als je zuinig wilde zijn en hoe slecht verder zoete room voor je tanden was. Daarop antwoordde Bert dat je onmogelijk voor dertien gulden pensiongeld aan room kon opeten en dat hier de psychologische achtergrond was dat zij het grootste gedeelte van de room wilde hebben. Bovendien waren zijn tanden na de reparatie weer even goed als de hare. Toen zetten ze zeer sterke koffie en gooiden er grote vlokken room op.

Omdat het ´s middags nog regende, gingen ze naar de Gevangenpoort. Loutje griezelde een uur achter elkaar. Om in stijl te blijven las Bert haar die avond voor uit Dertien Spookgeschiedenissen. Midden in de nacht kroop ze gillend van de nachtmerries in zijn bed en hij ging eruit. Hij liet haar ijskoud water drinken en ze zei dat ze veel liever warme thee had gehad. Tenslotte porde Bert onder alle kasten om haar te laten zien dat er geen geraamten met kettingen onder lagen. Ze sliepen vreedzaam weer in.

De vijfde dag gingen ze naar een veiling. Het bezorgde Loutje altijd een aangenaam gevoel van opwinding. Bert deed erg mannelijk en keek naar de stoelen en tafels alsof hij ze keurde, hoewel hij geen gotiek van modern kon onderscheiden waar het meubels betrof. Na een uur werd er een oud pianokrukje ingezet voor ƒ1,--. Ergens bood een man traag ƒ1,25 en onmiddellijk daarop zei Loutje scherp: "ƒ1,50."

Bert staarde naar haar met opgetrokken wenkbrauwen. "Wat wil jij met dat ding, terwijl wij geeneens een piano bezitten?" vroeg hij.

"Ten eerste vond ik het zo krenkend voor het eergevoel van dat krukje dat niemand er meer dan ƒ1,25 voor wilde geven," zei ze. "Het is een uiterst sympathiek krukje. Ten tweede wil ik het hebben voor mijn toilettafeltje."

"Het is veertig centimeter te hoog," zei hij.

"Die zaag jij eraf."

"En dan kleurt het donkere hout niet bij de lak van ons slaapkamerameublement."

"Daarom verf jij het licht."

"En onze gordijnen zijn lichtblauw en hier zit hardgroen fluweel op."

"Dat kussentje zal ik overtrekken met een lap die ik nog van de gordijnen over heb," zei Loutje. "Alleen, je hebt het recht om boos op me te zijn, want we kunnen het eigenlijk niet missen."

"Ach," vond Bert, "eer je voor dertien gulden pianokrukjes hebt gekocht per dag..."

Hij zaagde en verfde en Loutje naaide en eigenlijk waren ze erg trots toen het klaar was. Daarna maakte Loutje een grote pan hachee en ze aten zoveel dat ze er weer jaren tegen konden.

De zesde dag brachten ze aan het strand door. Ze kwamen door de zon gebruind weer thuis.

De zevende en laatste dag gingen ze uitrusten van de drukke week.

"De hele dag doen we alsof we in het pension zitten," zei Loutje.

Dat deden ze en ze ontbeten op hun kamer. Loutje trok zedig haar bedjasje dicht toen de huisknecht het blad op haar tafeltje zette. En Bert hield de deur open toen het kamermeisje het blad weer weg kwam halen. Ze lagen in ligstoelen in hun piepklein tuintje in de zon en zeiden: "Wat een uitzicht hebben we hier."

"Dat mag ook wel voor dertien gulden," zei Bert.

´s Middags zette dezelfde huisknecht het theeblad buiten en hetzelfde kamermeisje haalde de boel weer weg.

Om zes uur zette Loutje vier sneetjes brood met een dikke plak kaas en tomaat erop in de oven en bakte vlug de aardappels die van de vorige dag waren overgebleven. Daarna sneed ze een komkommer en holde naar de slaapkamer om zich in haar allerbeste zomerjurk te steken. Bert sprong op de fiets en haalde twee ijsjes voor de somma van dertig cent.

"De keuken is hier niet slecht," vond Loutje en keek stralend over het vaasje bloemen heen naar Bert.

"En dat strijkje is ook best," vond deze en luisterde met welbehagen naar de zachte muziek die uit de luidspreker kwam. "En stel je voor: ijs na het eten."

Samen wasten de huisknecht en het meisje even om en daarna dansten mijnheer en mevrouw de Blaue Donau in de huiskamer.

Om de laatste avond te vieren, gingen ze naar de bioscoop. Loutje wilde naar een lachstuk en Bert naar een film met een moord erin. Het was niet te combineren en om ruzie te voorkomen - dat zou zonde geweest zijn - staken ze met hun ogen dicht hun vingers in de Lijst van Vermakelijkheden in de krant.

Hadden ze het maar niet gedaan! Want in de hoofdfilm kwam een kind voor met een engelengezichtje en een onwaarschijnlijk braaf karakter. Zijn moeder was maar steeds aan het bridgen en zijn vader lééfde op de paardenrennen. Toen liep het kind weg. Het liep maar en liep maar, totdat het halfdood bij zijn grootouders aankwam. Die stuurden een telegram naar de in die tijd berouw gekregen hebbende ouders. Ze ijlden naar het kind, dat in een wit ponnetje in bed lief zat te doen. Onder tranen knelden ze het wurm in hun armen en beloofden het dat geen sans atout, noch een volbloed het ooit weer van hen zou kunnen scheiden.

Loutje begon onrustig te woelen, maar Bert bezag het nuchter.

"Het lijkt wel wat op ons," zei ze beklemd.

"Omgekeerd dan," zei Bert.

"Laten we naar huis gaan," haastte Loutje. "Straks zitten ze bij ons op de stoep omdat oma aan de swing is en opa aan de drank."

Ze liepen hard naar huis. Natuurlijk zat er niemand op de stoep. Ze gingen naar binnen. Loutje aaide een konijn van pluche, dat aan Tom behoorde. Bert peinsde boven de twee lege ledikantjes, en zei dromerig: "Je kan heel wat..."

"Nee," onderbrak Loutje hem scherp. "Nee, Bert, zeg nu niet dat je heel wat kinderen kunt hebben voor dertien gulden. De onze hebben veel meer gekost."

"Dat wou ik helemaal niet zeggen," zei Bert waardig. "Alleen maar, je kan heel wat plezier hebben voor dertig gulden. Want dat hebben we samen uitgegeven deze week."

Ze ging op haar tenen staan en gaf hem een zoen. "Het was een pracht van een week," zei ze.

"Ja," zei Bert en kuste stevig terug, "gek dat je om fiscale redenen zo´n leuke week kunt hebben..."

Toen gingen ze naar bed en de vakantie was om...

 

♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦

 

het vorige verhaal

 

het volgende verhaal

 

Het Vergeetboek - index

 

Scheherazade

 

De Januaraanse Ambassade

 

 

home

 

♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦